Inhoud van de pagina
ToggleVijf menselijke drama's in de kosmos
Een verhandeling over de kosmos in vijf delen. De complete verhandeling is uitgegeven door Nemo Kennislink. In deze verhandeling beschouwen astronomieredacteur Roel van der Heijden en hoofdredacteur en filosoof Leon Heuts de kosmos door onze gekleurde menselijke bril
1. Geboorte
Waarom is het toch zo fascinerend om naar geboorteplekken van sterren te kijken, behalve hun wetenschappelijke waarde en de schoonheid van de ‘pilaren der schepping’? Terug naar de mens. Misschien zoeken we een bepaalde betekenis in een oorsprong, een bewijs dat we er niet ‘zo maar’ zijn. Denk aan de populariteit van stamboomonderzoek; blijkbaar willen we graag geloven dat onze betovergrootouders iets te betekenen hebben voor hoe we nu leven. We willen weten waar we ‘vandaan komen’.
Ooit was jij niets, er bestond nog geen cel van je, en voor hetzelfde geld was dat zo gebleven. Of het had helemaal anders kunnen lopen. Alleen al waar je wieg staat, bepaalt wie je bent. En net zoals massa en samenstelling het leven van een ster bepaalt, of dat-ie wat van andere sterren kan afsnoepen, kunnen ontmoetingen of gebeurtenissen je leven een andere richting geven.
In het mooie boek Being Born onderzoekt filosoof Alison Stone welke betekenis het banale feit dat we zijn geboren heeft voor ons bestaan. Stone onderzoekt vooral de merkwaardige paradox dat je noodzakelijk bent wie je bent, terwijl het tegelijkertijd toch heel anders had kunnen zijn. Het geeft aan het bestaan volgens haar iets kwetsbaars.
Lees het gehele hoofdstuk door op de afbeelding hiernaast te klikken.
2. Onzichtbare kosmos
Nu kun je je afvragen: al die onzichtbare spullen, bestáán die eigenlijk wel? Op het eerste gezicht een gekke vraag; wetenschappers hebben toch goede redenen om het bestaan af te leiden, bijvoorbeeld van donkere materie? Toch is de vraag of onzichtbare spullen wel ‘echt’ bestaan belangrijk in het zogeheten empirisme, een filosofische stroming die belangrijk werd in Groot-Brittannië in de zeventiende en achttiende eeuw – tegelijkertijd met de grote vlucht van natuurwetenschappen.
Empiristen stellen dat waarneming of ervaring de bron van kennis is. De beroemde kwestie of een boom wel écht omgevallen is als niemand hem hoorde vallen, is uit de school van het empirisme. Hoe zit het dan met al die onzichtbare spullen in het universum? Dat klinkt wat flauw, maar empirisme is juist ontstaan om al te vrije speculatie tegen te gaan.
En ja, ook wetenschappers kunnen zich daaraan bezondigen, bijvoorbeeld door stevig te interpreteren op basis van geringe empirische data.
Het hele artikel over ontdekkingen tot aan de James Webb leest u door op de afbeelding te klikken.
3. Ouderdom
Ook planeten en sterren zijn onderhevig aan de tand des tijds. Een zeer zware ster kan eindigen als een zwart gat, maar ook als een zogenoemde pulsar. In dat laatste geval wordt het een compact (enkele tientallen kilometers groot) en zwaar (zoveel massa als de zon) hemellichaam dat op een prachtige manier verweven is met het tikken van de tijd.
Pulsars zijn extreem precieze ‘klokken’. Op de polen zenden ze twee krachtige bundels van elektromagnetische straling uit. Omdat een pulsar snel ronddraait kun je ze voorstellen als een vuurtoren waarbij je zo’n bundel telkens voorbij ziet trekken. Pulsars draaien tot wel duizend keer per seconde rond, en door hun massa doen ze dat met grote regelmaat.
Qua precisie komen ze in de buurt van de beste atoomklokken op aarde.
Waarom turen we zo graag naar boven naar dat almaar ouder wordende en verslijtende universum? Waarom bestuderen we het en sturen er ruimtetelescopen zoals James Webb naartoe?
Klik op de afbeelding om het hele artikel over ouderdom van de kosmos te lezen.
4. Het eenzame lot van de mens in het heelal
Waarom vinden we het zo belangrijk dat ‘daarbuiten’ ergens leven is? De vraag of er leven is buiten de aarde kun je rekenen tot de grootste openstaande wetenschappelijke vragen van het moment. Maar hoezo zijn we eigenlijk alleen? Er leven acht miljard mensen op deze aardbol, nog los van alle flora en fauna. De menselijke geschiedenis begon grofweg ruim drie miljoen jaar geleden toen we eenvoudige stenen werktuigen begonnen te vervaardigen. We hebben tienduizenden jaren aan opkomst en ondergang van beschavingen te bestuderen. Hoe kunnen we dan ooit alleen zijn?
Wie het universum in tuurt, wordt gegrepen door een merkwaardige paradox. Onmiskenbaar word je betoverd door de schoonheid, maar tegelijkertijd bekruipt je het gevoel dat om dit blauwe bolletje heen er niets is dan onverschilligheid. Niet eens een Kwaad, maar simpelweg onverschillig. ‘Blind voor de kwesties van goed en kwaad’, zoals De Britse filosoof Bertrand Russell dat beschrijft. En blijkbaar is deze onverschilligheid maar moeilijk te verdragen – niet alleen voor filosofen, maar evengoed voor dichters en wetenschappers. Richard Dawkins beschrijft in River out of Eden deze onverschilligheid als ‘meedogenloos’.
En klik op de afbeelding voor het hele artikel.
5. Alle materie is ten dode opgeschreven
In de astronomie is de dood daarmee even onvermijdelijk als spectaculair. In de filosofie is de dood al even onvermijdelijk. Al in de Klassieke Oudheid doceert Socrates, de aartsvader van de Westerse filosofie, dat filosofie niet veel anders is dan leren hoe te sterven. Houden filosofen dan niet van het leven?
Zeker wel – juist daarom moeten we de dood onder ogen zien. Wie de eindigheid waardeert, geniet immers meer van de schoonheid en de broosheid van het leven. Hij overwint zijn angst, en houdt op ‘slaaf te zijn’, aldus de Franse Renaissancefilosoof Michel de Montaigne.
In de twintigste eeuw doet de Duitse filosoof Martin Heidegger er nog een schepje bovenop door te stellen dat wij allemaal ‘ten dode zijn’, waarmee hij zo veel bedoelt als dat de eindigheid altijd aanwezig is.
Aan alles komt een einde: de kinderen gaan de deur uit, de mooie film houdt eens op – het zijn allemaal kleine voorbodes van het onvermijdelijke.
Het kerkhof geeft u meer informatie.