Mercurius is de planeet in het zonnestelsel met de kleinste en snelste baan om de zon. Het is de kleinste van de acht planeten, nauwelijks groter dan de Maan.[1] Het is net als de Aarde een terrestrische planeet, met een vast oppervlak dat lijkt op de Maan. Opmerkelijk is dat deze kleine planeet een sterk magnetisch veld vertoont. Manen heeft Mercurius niet. Omdat hij zichtbaar is met het blote oog wisten de Assyriërs en Sumeriërs al van zijn snelle omloop en associeerden ze hem met een snelle god. In de Romeinse mythologie gold dit ook en werd hij verbonden met de god Mercurius.
Venus is vanaf de zon gezien de tweede planeet van het zonnestelsel. De planeet is vernoemd naar Venus, de Romeinse godin van de liefde. Vanaf Aarde gezien is Venus op de zon en de maan na het helderste object aan de hemel. Vanwege het feit dat Venus net als Mercurius een binnenplaneet is en daarom vanaf de Aarde gezien altijd betrekkelijk dicht bij de zon staat, is Venus alleen zichtbaar gedurende een half tot 4 uur na zonsondergang of vóór zonsopkomst (afhankelijk van de elongatie van de planeet). Daarom wordt Venus ook wel de avondster of morgenster genoemd.
Mars is vanaf de zon geteld de vierde planeet van het zonnestelsel, om de zon draaiend in een baan tussen die van de Aarde en die van Jupiter. De planeet is kleiner dan de Aarde en minder helder dan Venus en ook meestal minder helder dan Jupiter. Mars wordt wel de rode planeet genoemd maar is in werkelijkheid eerder okerkleurig. De planeet is vernoemd naar de Romeinse god van de oorlog. Mars is gemakkelijk met het blote oog te bespeuren, vooral in de maanden rond een oppositie. ’s Nachts is Mars dan te zien als een heldere roodachtige “ster” die evenwel door haar relatieve nabijheid geen puntbron is maar een schijfje.
Jupiter is vanaf de zon berekend de vijfde en tevens grootste planeet van het zonnestelsel. Net als Saturnus is Jupiter een gasreus, hij beschikt dus niet over een vast oppervlak. Zoals de aardse planeten terrestrische planeten genoemd worden, worden gasreuzen ook wel Joviaanse planeten genoemd. Deze naam is afkomstig van het Latijnse Iovis, de genitief van de naam Jupiter. Joviaans betekent vrij vertaald Jupiterachtig of van Jupiter. De planeet is naar de Romeinse oppergod Jupiter vernoemd.
Saturnus is van de zon af gerekend de zesde planeet in het zonnestelsel en op Jupiter na de grootste. Beide zijn gasreuzen en zogenaamde ‘buitenplaneten’. Saturnus is vernoemd naar de Romeinse god van de landbouw. Saturnus is vanaf de aarde met het blote oog zichtbaar en al sinds de prehistorie bekend. De samenstelling van Saturnus lijkt veel op die van Jupiter. Er is geen harde grens tussen een vaste kern en de rest van de planeet. IJs en gesteente van de kern mengen met helium en waterstof. Dat mengsel doorloopt tot zo’n zestig procent van de hele planeet. De fractie zware gesteente neemt af naar buiten toe.
Uranus is de op twee na grootste en vanaf de Zon gezien de zevende planeet van het zonnestelsel. Deze ijsreus draagt een gelatiniseerde versie van de naam van de Griekse god Ouranos, de personificatie van de hemel in de Griekse mythologie. Met het blote oog is Uranus net te zien maar alleen als hij in oppositie staat, onder zeer gunstige omstandigheden en als bekend is waar gezocht moet worden komt de helderheid in de buurt van de grens van wat nog met het blote oog gezien kan worden.
Neptunus was de eerste planeet die met behulp van wiskundige berekeningen werd ontdekt. Aan de hand van voorspellingen van Urbain Le Verrier ontdekte Johann Galle de planeet in 1846. Neptunus wordt beschouwd als ijsreus. Neptunus heeft veertien manen. De langst bekende maan is Triton. Neptunus heeft maar liefst 165 jaar nodig om één keer om de zon te draaien. Op 12 juli 2011 had Neptunus een volledige omloop rond de zon gemaakt sinds de ontdekking van de planeet in 1846.